Geaccrediteerd
Onafhankelijk
Beoordeeld met een 8

Onafhankelijke nascholing voor

zorgprofessionals

“Alles wat je persoonlijk meemaakt neem je mee in je werk”

Als uitvaartverzorger maakt ze veel mee. Jolien van der Kooij, schrijver, adviseur en freelancer in de uitvaartbranche, begeleidt per jaar zo’n 15 tot 20 uitvaarten. “Ik ervaar elke uitvaart als cadeautje. Het is voor mij een kans om mee te werken aan een onvergetelijke ervaring. Een kans om ervoor te zorgen dat mensen zich herkennen in van wie ze afscheid moeten nemen.”

Door: Stephanie van Baggem

Van der Kooij, van oorsprong manager in een woonvorm voor mensen met een verstandelijke beperking, werkt sinds 1999 in de uitvaartbranche. Naast het begeleiden van uitvaarten is ze ook docente uitvaartzorg bij Docendo. Van der Kooij heeft ook persoonlijk de dood meegemaakt met het overlijden van haar man, (schoon-)ouders en enkele vrienden. De ervaringen die ze hiermee heeft opgedaan neemt ze mee in haar dagelijks werk en lessen. “De laatste les die ik geef is er één in ethiek. Je bent begeleider van een uitvaart, je moet jezelf goed kennen en weten waar jouw (emotionele) valkuilen liggen.” In haar lessen benadrukt ze dan ook dat mensen moeten kunnen reflecteren op zichzelf en staat ze stil bij de kwetsbaarheid die iedereen heeft. “Het is uit den boze als je als uitvaartbegeleider zelf onderuitgaat bij het zien van een overledene. Het kan niet de bedoeling zijn dat de familie jou moet troosten.”

Openheid en eerlijkheid

Bij elke uitvaart maakt ze een constante afweging, maar openheid en eerlijkheid staan altijd voorop. “Je denkt als uitvaartbegeleider na over wat belangrijk is om te delen. Het is namelijk een afweging om je eigen ervaringen te delen zonder dat je hiermee medelijden vraagt of wekt bij de familie van de overledene.” Ook tijdens het rouwproces moeten open- en eerlijkheid voor haar voorop staan, zeker voor kinderen. Zo heeft haar man destijds gekozen voor euthanasie. De kleinkinderen hebben dit eerlijk te horen gekregen. “Als je liegt tegen kinderen verlies je hun vertrouwen. Zeker omdat ze er – vroeg of laat – altijd achter komen dat opa euthanasie kreeg.”
Niet elke nabestaande betrekt de kinderen bij het afscheid nemen en bij de uitvaart, vaak uit angst dat het kind bang wordt. In feite is het vaak de angst van de volwassenen zelf. Als je het kind niet in alle eerlijkheid betrekt, en dus ook niet vertelt dat het euthanasie was of bijvoorbeeld zelfdoding, dan moet je iedereen instrueren "het er vooral niet over te hebben". Laat het kind maar vragen stellen, dat werkt veel beter. Zo vroeg haar oudste kleindochter of opa gelukkig zou zijn als hij dood is. “Dat vonden we zo’n mooie vraag, en dat van een meisje van elf. Op dat moment hebben we ook eerlijk geantwoord dat niet te weten.”

Van der Kooij benadrukt dat je niets aan kinderen moet vertellen waar ze niet om vragen. Ze vergelijkt het met het geven van seksuele voorlichting. “Als een kind vraagt waar baby’s vandaan komen hoef je alleen maar te zeggen ‘uit mama’s buik’. Op meer zit zo’n kind echt niet te wachten en als hij meer wil weten vraagt hij dat vanzelf wel.”

Representatie

Van der Kooij maakt in haar werk verschillende emoties van naasten mee. Van intens verdriet na het overlijden van een (jong) kind tot aan woede en onbegrip na een zelfdoding. “Als uitvaartbegeleider representeer je de dood. Er kan enige vijandigheid zijn naar uitvaartverzorgers, vanuit de verpleging in een ziekenhuis als een kind is overleden. Zij zijn heel erg bezig met leven, en ik kom omdat er iemand dood is .”
Niet alleen de verpleging kan vijandig op haar aanwezigheid reageren, familie van iemand die zelfdoding heeft gepleegd kan zich ook verzetten tegen haar komst. “Ik benoem dan altijd wat er aan de hand is, dat ze niet willen dat ik er ben. Mensen willen geen afscheid nemen, maar als het dan moet dan moet het ook goed zijn. Ik wil dat mensen met grote warmte en liefde kunnen terugkijken op het afscheid.”

Jolien van der Kooij is aanwezig als dagvoorzitter en spreker tijdens het congres Levenseinde en rouw bij mensen met een verstandelijke beperking