Geaccrediteerd
Onafhankelijk
Beoordeeld met een 8

Onafhankelijke nascholing voor

zorgprofessionals

Verpleegkundige invloed volgens Marian Adriaansen

Dit is de volledige tekst van de column "Verpleegkundige invloed" die op 27 mei 2014 op de gelijknamige studiedag werd uitgesproken door Marian Adriaansen, hoofdredacteur TVZ.

Het motto van dit congres is: Meer zeggenschap betekent leuker werk en betere zorg. Leer hoe u als verpleegkundige invloed uitoefent. Ik zal ingaan op beide genoemde thema’s: leuker werk en betere zorg

1.Wat is leuk werk eigenlijk?
Gisteren informeerde ik bij 50 propedeusestudenten van de HBOV wat ze leuk werk zouden vinden. Ter nadere
oriëntatie: Ik gaf een hoorcollege over chronisch zieken in het blok Maatschappelijke Gezondheidszorg. 40 van die studenten vertelden me dat ze werken in een ziekenhuis heel leuk zouden vinden, van wie 3 mannelijke studenten wel wat zagen in de traumahelikopter. Slechts 2 Studenten gaven aan dat ze wijkverpleegkundige wilden worden en de overigen hadden geen idee. Ik vertelde hen dat zeggenschap en autonomie in het werk voornamelijk in de wijk te vinden zullen zijn en dat de minister in dit opzicht veel van hen verwachtte in de toekomst. Autonoom werken als lid van het sociale wijkteam van het dorp, dat MOET toch wel leuk werk zijn. Grote invloed op je eigen dagindeling en prioritering van het werk.

Ik vertelde hen dat het in een ziekenhuis met zijn strakke protocollen en werkstructuren niet altijd mee zou vallen om als verpleegkundige een grote rol te spelen en invloed uit te oefenen. De dokter bevindt zich hoger in de hiërarchie, hoe aardig hij (en meestal zij) ook is en declareert in een aantal gevallen jouw handelingen zonder dat jij je daarvan bewust bent. En ik verzekerde hen als ultiem dreigement dat de beddenreductie zich zal gaan voortzetten en dat de meeste zorg in dagbehandeling gaat plaatsvinden en wat is er nu saaier dan dagbehandeling in een algemeen ziekenhuis? Wat heb je aan je bovendien beperkte invloed op een dagbehandeling? Dat is toch bepaald geen flitsende toekomst! Ik voorspelde hen dat er voor hen na afstuderen misschien wel helemaal geen werk meer zal zijn daar, omdat bijna alle patiënten gewoon thuis moeten blijven wonen. Of je nu dement bent of Multiple Sclerose hebt met cognitieve stoornissen: alleen thuis kun je in de ogen van de overheid een goede en participerende burger zijn.

Ik heb deze studenten niet over de streep kunnen trekken. Ondanks mijn belofte van veel zeggenschap en dus leuk werk in de wijk, waren ze er in het merendeel vast van overtuigd dat zij allemaal persoonlijk bestemd waren voor het ziekenhuis. En ze wilden vooral graag in een gezellig team werken, leiderschap zei hen eigenlijk niet zoveel. Behalve de heren in het gezelschap, die zonder uitzondering dachten dat hun invloed op de werkvloer later groot zou zijn. En dat hun collega’s moeiteloos naar hen zouden luisteren. Zij hadden geen congres meer nodig met een sessie als: ‘hoe leer ik weerstand ombuigen’. Hoezo weerstand?

Deze studenten zijn nog niet bezig met het feit dat invloed op je eigen werkinhoud en werkomstandigheden mogelijk het werk leuker en zinvoller maakt. Ze denken dat die invloed hen vanzelf komt aanwaaien, ongeacht de setting waarin ze gaan werken. Meer ervaren verpleegkundigen weten wel beter. Voor invloed moet hard worden gewerkt, omdat het niet vanzelfsprekend is. Zo is er een aantal hindernissen bij het uitoefenen van invloed te noemen: een autoritaire hoofdverpleegkundige die je belemmert in je autonomie, het ontbreken van geld om je te kunnen ontplooien, domme teamleden die maar niet willen luisteren naar jouw verstandige woorden, patiënten die je niet voor vol aanzien en toch de dokter willen spreken, je vriendenkring die je wel bewondert omdat jij dat werk doet maar zelf liever bij een bank gaan werken (of eigenlijk beter: tot voor kort aangaven liever bij een bank te willen werken). Kortom: invloed verkrijg je niet zomaar vanzelf, maar daar zul je voor moeten inspannen.  

We hebben overigens iets uitgevonden wat het makkelijker zou moeten maken om je invloed te ontwikkelen. Dat noemen we: ‘zelfsturend team’. Een fabrikant van een elektronisch roosterprogramma was onlangs van mening dat de betekenis van een zelfsturend team vooral was dat de medewerkers zelf de hun eigen roosters kunnen maken. Andere zelfsturende teams hebben een bredere taakopvatting: zij nemen hun eigen patiënten aan (of weigeren die juist), hebben invloed op de aanschaf van een iPad en beslissen welke patiënten er een krijgen en nemen hun eigen personeel aan. In dergelijke teams is het werkplezier vaak groot en zijn teamleden niet zelden heel tevreden over zichzelf. Ze vergeten vaak hun invloed aan te wenden om tegenstand en kritiek te organiseren, omdat tegenstand en kritiek de tevredenheid kan verstoren misschien wel je invloed tijdelijk kan verminderen. Dat kunnen echter alleen heel stevige en stabiele mensen met veel durf. Daarvoor stellen we dan toch weer een teamcoach aan. Het is dan ook ingewikkeld om je zelf als wijlen Baron Von Munchausen zelf aan je eigen haren uit het moeras te trekken.

Leuker werk ontstaat ook en juist als je buiten je eigen grenzen heen durft te kijken en samenwerkingsnetwerken durft te vormen met andere professionals. Je verwerft invloed door gebruik van sociale media als Twitter en Linkedin. Deze media worden nog weinig systematisch ingezet om invloed in het werk te vergroten. Daar is nog een wereld te winnen!

2.Wat is betere zorg eigenlijk?
In een TvZ van bijna 30 jaar geleden werd er verslag gedaan van een conferentie over innovaties in de verpleging, met een voorspelling over de te verwachten ontwikkelingen: verschuiving van intra- naar extramuraal, de dominantere positie van ouderen, toenemende mondigheid van de patiënt, het steeds chronischer worden van de klachten van patiënten en de toenemende noodzaak voor multidisciplinaire samenwerking. Er werd door Michels, de eerste hoogleraar verpleeghuisgeneeskunde in Nederland, gesteld dat er binnen de verpleegkundige wereld een gebrek aan visie op de toekomst heerste en dat de patiënt bij alle gepresenteerde innovaties totaal afwezig was. We zijn inmiddels 30 jaar verder…

‘Invloed van verpleegkundigen heeft op zichzelf geen enkele betekenis als dat geen meerwaarde heeft voor de patiënt’, zei Cathy Verbeek, lid van de Raad van Bestuur van UMC St Radboud toen wij haar bij TvZ over het thema ‘invloed’ hebben geïnterviewd. Invloed om er zelf een betere beroepsgroep van te worden vond ze in het geheel niet aan de orde.

Ik ben er niet helemaal zeker van dat verpleegkundigen  inmiddels wel een heldere visie hebben op de huidige en vooral toekomstige beroepsuitoefening. Zo vindt 80 procent van de verpleegkundigen dat ze veel aandacht besteden aan de mantelzorg, maar voelt slechts 20% van de mantelzorgers zich werkelijk begrepen. Zo vinden verpleegkundigen het een heel goed idee dat de patiënt de eigenaar wordt van zijn eigen dossier tot het moment dat de patiënt tegen de verpleegkundige zegt dat zij geen inzage krijgt. Zo klaagde laatst een wijkverpleegkundige dat een patiënte dank zij haar iPad vaak op datingsites zat en bijna iedere dag een nieuwe man in het bed van haar patiënte aantrof. Zij zon op maatregelen om dat gedate te verminderen, want dat was niet de bedoeling geweest van de iPad. De eenzaamheid van de cliënt bleek overigens geweldig verminderd.
We zijn als verpleegkundigen warme voorstanders van een zekere invloed van de patiënt, zo lang als wij er geen werkelijke last van hebben, en we onze invloed in wederkerigheid ook op hem uit kunnen oefenen. Voor zijn eigen bestwil, natuurlijk! En we zijn best bereid die invloed aan te wenden voor een goede zorgverlening. Dat patiënten vaak heel andere problemen werkelijk belangrijk vinden dan wij als professionals, is slecht een lastige bijkomstigheid, die we ons bovendien meestal niet bewust realiseren.

Waar dergelijke invloed helaas ook toe kan leiden laat de zaak van Lucia de Berk zien. Mede door de opstelling van haar teamgenoten die haar als einzelgänger niet konden waarderen en in het kader van een goede patiëntenzorg van harte hebben meegedaan aan het leveren van bewijslast voor haar proces.
Wat betekent Invloed in de dagelijkse praktijk gericht op een goede zorgverlening?
Dat betekent dat je elkaar aanspreekt wanneer je een collega iets ziet doen of nalaten wat niet in het belang is van de patiënt (en dat kan variëren van ouderenmishandeling tot het niet goed je handen wassen). We kiezen er vaak voor om dit soort invloed maar te laten schieten, vanwege….dat we het conflict niet durven aangaan? Geen
gezeur willen in dit zo gezellige team? Niet competent zijn om het te bespreken? We er onverschillig onder zijn en ons er niet druk over maken?

Dat betekent dat je patiënten niet iets onthoudt ‘omdat het waarschijnlijk niet goed voor hem is’, ‘ omdat hij toch niet met techniek kan omgaan’, ‘omdat hij het vermoedelijk zelf ook niet wil’, ‘omdat hij er te dom voor is’, omdat….er zijn vele omdat waarmee we als verpleegkundigen de zorg zeer beïnvloeden maar op een manier die niet bij ons zou moeten passen. We vinden het echter in het kader van het bestwilprincipe vaak geheel vanzelfsprekend om onze invloed op deze wijze uit te oefenen.

Dat betekent dat je de belangen van je kwetsbare patiënten behartigt bij je collega’s binnen je eigen team en in multidisciplinair verband en je niet laat weerhouden omdat ‘het nu eenmaal de regels zijn’, omdat ‘gebleken is dat de ander toch niet luistert en het dus geen zin heeft’, omdat ‘de dokter nu eenmaal de eindverantwoordelijke is’ etc. etc. Je kunt dus kiezen voor invloed in de dagelijkse praktijk en het is bovendien geen neutrale keuze.
Wat betekent invloed in groter verband?

Verpleegkundigen proberen veel bewuster dan voorheen invloed op nationaal niveau uit te oefenen en zijn daar in een aantal gevallen ook succesvol in. Een voorbeeld daarvan is de terugkeer van het beroep van de wijkverpleegkundige en de financiering van de wijkverpleging via de zorgverzekeringswet. Gemeenten vinden dat niet leuk en zijn van mening dat deze regeling de zorg juist veel duurder zal maken en dat de burger er alleen maar nadeel van zal ondervinden. Zij vinden deze maatregel een bevestiging van het handhaven van oude structuren met veel te veel invloed van gevestigde zorgorganisaties en traditionele professionals, die zeker patiënten niet ten goede zal komen. De verpleging neemt juist goede patiëntenzorg als invalshoek en denken dat zij veel baat bij deze regeling zullen hebben. De tijd moet uitwijzen wie er gelijk krijgt: de gemeente met zijn wantrouwen naar de zorgorganisatie en de verpleegkundigen of de verpleegkundigen zelf omdat zij inderdaad kunnen aantonen op deze wijze betere zorg te verlenen. Het is niet zeker of de patiënt het laatste woord zal hebben.
Soms slagen we er ook niet in het verkrijgen van invloed. Ggz-verpleegkundige specialisten krijgen geen eigen behandelingsverantwoordelijkheid van een van de zorgverzekeraars omdat die principieel van mening zijn dat dit bij een dokter thuishoort. De lobby is in dit geval NIET gelukt of NOG niet gelukt. De patiënt wordt er mogelijk niet beter van.

Ten slotte
Als u aan het einde van deze dag weet hoe u invloed kunt uitoefenen om uw werk leuker te maken en de patiëntenzorg beter, bent u geslaagd . Maar de kans is groot dat u het morgen weer vergeten bent omdat u weer verzeild bent in de routine van de dagelijkse gang van zaken met de vertrouwde rolpatronen. Hiervan maakt het  doelbewust en positief aanwenden van invloed niet altijd deel uit. Schrijf dan ten minste op een tegeltje op uw toilet dan wel in de teamkamer: ‘invloed heeft geen enkele betekenis zonder meerwaarde voor de patiënt’. En kijk er zo nu en dan aandachtig naar!


De column "Hebben verpleegkundigen invloed?"(klik hier) in Nursing uit 2013 vormde de aanleiding om Marian Adriaansen te vragen een bijdrage te leveren aan de studiedag "Verpleegkundige invloed" in 2014