Belangrijke informatie Covid-19/Coronavirus

Hoe gaan wij om met coronamaatregelen tijdens onze nascholingen?

Lees verder

Geaccrediteerd
Onafhankelijk
Beoordeeld met een 8

Onafhankelijke nascholing voor

zorgprofessionals

Bij SOLK moet íedereen samenwerken

Pleidooi voor multidisciplinaire samenwerking bij SOLK

05-03-2018

Diverse betrokkenen onderschrijven een recent pleidooi voor multidisciplinaire samenwerking bij SOLK. Maar zij zien die samenwerking wel graag uitgebreid met bedrijfs- en verzekeringsartsen.

Artsen verschillen nogal eens van mening over patiënten met SOLK: somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten. In dat verband pleitten aios interne Evelien Peeters en huisarts Nikki Makkes recentelijk in Medisch Contact voor meer curatieve samenwerking bij SOLK. In dit interessante artikel laten ze sociaal-medische vragen en problemen buiten beschouwing (bijvoorbeeld de vraag of iemand kan werken met klachten en wat de resterende functionerende mogelijkheden zijn en in het verlengde daarvan het recht op uitkering). Maar sociaal geneeskundigen – bedrijfs- en verzekeringsartsen en medisch adviseurs – en behandelend artsen hebben regelmatig een andere kijk op wat er aan de hand is, wat de belastbaarheid is en wat er moet gebeuren om iemands belastbaarheid weer op orde te krijgen (zie voor casussen, geïnspireerd op cliëntervaringen, beide kaders). Als zij in het geval van SOLK beter afstemmen en samenwerken, zouden ze tot correctere en meer eensluidende oordelen komen over de beperkingen en mogelijkheden bij de betreffende patiënten. Wij breken dan ook, met Peeters en Makkes, een lans voor meer multidisciplinair overleg, maar dan uitgebreid met sociaal geneeskundigen.

Vertalen

SOLK komen veel voor. De prevalentie van langdurige, ernstige SOLK is echter veel lager: 2,5 procent. Bij ernstige SOLK ervaart de patiënt een hoge lijdensdruk door ongerustheid over aard en prognose van de klachten, verminderde kwaliteit van leven, ervaren belemmeringen en verminderde arbeidsparticipatie.3 Uit de cliëntervaringen bekend bij de UWV-cliëntenraad blijkt dat deze klachten grote existentiële problematiek mee kunnen brengen, zoals problemen met financiën, wonen, eten, of familie, met extra stress tot gevolg. Ook kan de patiënt zich miskend voelen, onzeker zijn of hij zich aanstelt of dat hij echt ziek is, of het gevoel hebben niet meer mee te tellen. Patiënten met langdurige SOLK hebben vaak diverse klachten en een hoog arbeidsverzuim. Bij een onderzoek onder langdurig zieke werknemers bleek bij 15,1 procent sprake van ernstige SOLK. Bij hen was vier tot zes keer zo vaak ook sprake van een depressie of angststoornis.⁴ Om die klachten echter te vertalen in beperkingen en mate van arbeidsongeschiktheid, vinden sociaal geneeskundigen vaak moeilijk, omdat objectieve medische oorzaken en een concrete richtlijn ontbreken. In Medisch Contact en andere media klinkt dan ook regelmatig kritiek door vanuit de patiënten(verenigingen) en collega-artsen over de beoordelingen en begeleiding naar werk. Patiënten verwijten bedrijfs- en verzekeringsartsen willekeur: dezelfde klachten leiden bij de ene arts wel tot een uitkering en bij de andere niet. Ook zouden deze artsen onvoldoende luisteren naar de behandelaar. Verschillende onderzoeken tonen aan dat verschil van mening tussen patiënten, artsen en uitkeringsverstrekker negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid en re-integratie.

Consistentie

Verzekeringsartsen moeten volgens de wet beoordelen of de patiënt door een ‘rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk niet in staat is’ om inkomen met arbeid te verdienen. Een diagnose is volgens dit zogenaamde medisch arbeidsongeschiktheidscriterium overigens niet noodzakelijk om beperkingen en het resterende arbeidsvermogen van een patiënt te kunnen vaststellen. Wel moet er sprake zijn van interne en externe consistentie, toetsbaarheid en reproduceerbaarheid. Bij interne consistentie vormt het verhaal van de patiënt zelf over zijn klachten, beperkingen en functioneren. een logisch geheel. Externe consistentie betekent dat er bij ‘meerdere medisch deskundigen een vrijwel eenduidige, consistente en naar behoren medisch gemotiveerde en verantwoorde opvatting bestaat, dat arbeidsongeschiktheid voldoende aannemelijk is’. Het beoordelen van de interne consistentie en het komen tot afstemming met curatieve collega’s over de beperkingen is in de praktijk nogal eens lastig. Mede omdat er in de bestaande multidisciplinaire richtlijn SOLK van 2010 weinig aandacht is voor de afstemming en samenwerking met de verzekeringsarts en in het verlengde daarvan de vaststelling van de beperkingen en arbeidsongeschiktheid.

Schrijnende situaties

Patiënten met SOLK vragen hun huisarts nogal eens om hun beperkte arbeidsmogelijkheden te bevestigen tegenover de bedrijfs- en/of verzekeringsarts. Dat stelt huisartsen voor dilemma’s, want wettelijk gezien mogen zij daarover niet oordelen. Ook de informatieverzoeken van medisch adviseurs of UWV-verzekeringsartsen vinden huisartsen niet altijd eenvoudig te beantwoorden. Huisartsen en sociaal geneeskundigen moeten voor overleg en afstemming een aantal hobbels nemen, al bestaat er voor de uitwisseling een code, een communicatieformulier en een financiële basis. Volgens de KNMG-regels mag de huisarts met machtiging van de patiënt de bedrijfs- of verzekeringsarts informeren over objectieve feitelijke gegevens, zoals diagnose, behandeling en medicatie. Dit is lastig als er geen duidelijke diagnose is. Bij SOLK is er niet alleen overleg nodig over feitelijke gegevens, maar ook over interpretaties. Juist dat laatste vinden behandelend artsen lastig. Daarnaast is het voor een huisarts niet altijd duidelijk welk advies in het belang van de patiënt is. Is het wel of niet verstandig om verminderde belastbaarheid te melden? En hoe ondersteun je als huisarts een patiënt om weer naar vermogen aan het werk te gaan, maar voorkom je dat deze zijn uitkeringsrechten verspeelt? Door dergelijke onduidelijkheden loopt het nog in te veel gevallen fout, met schrijnende situaties tot gevolg. Daarbij speelt mee dat de huisarts lang niet altijd aandacht heeft voor het functioneren van patiënten in hun werksituatie (‘Daar is de bedrijfsarts/het UWV voor’).

Onderzoek

Bovenstaande laat het belang zien van betere afstemming tussen curatieve artsen en sociaal geneeskundigen. En het kan. Nederlands onderzoek wijst uit dat overleg tussen artsen met verschillende specialismen tot grote overeenstemming kan leiden over de beperkingen bij patiënten met SOLK. Verzekeringsartsen, bedrijfsartsen, huisartsen, psychiaters en revalidatieartsen die ervaring hebben met SOLK beoordeelden de beperkingen bij vier casebeschrijvingen van patiënten met de vier meest voorkomende vormen van SOLK. Tijdens een Delphi-studie bleek het mogelijk om een grote mate van overeenstemming te bereiken over de beperkingen bij patiënten met SOLK, en dus over de externe consistentie. In een internationaal onderzoek is de beoordeling op arbeidsongeschiktheid van negen videocasussen van patiënten met SOLK onderzocht.11 Het betrof klachten met een verschillende mate van ernst. Per patiënt waren er sterke overeenkomsten in de beoordeling, ongeacht het land. Deze studie laat zien dat de omvang van de beperkingen als basis voor het vaststellen van arbeidsongeschiktheid zelfs internationaal tot grofweg dezelfde inschatting van de arbeidsongeschiktheid leidt.

Hard nodig

Multidisciplinair overleg over SOLK-patiënten mét betrokkenheid van de sociaal geneeskundige is daarom hard nodig. De hier beschreven studies en praktijkervaringen geven de mogelijkheden daarvoor aan. We pleiten daarmee ook voor herziening van de bestaande multidisciplinaire richtlijn. Daarin moeten de voorwaarden voor en de wijze van afstemming en samenwerking worden uitgewerkt, met aandacht voor bijvoorbeeld stroomlijning van terminologie, uitleg en informatie, en voor te volgen beleid met betrekking tot arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, herstel en re-integratie. Artsen zouden hierbij gebaat zijn. Maar vooral kunnen patiënten er sneller door verder met hun leven, met aandacht voor wat ze nog wél kunnen.

 

Bron: Medisch Contact, maart 2018

 


Lees het volledige artikel

Meer weten over dit onderwerp?