Nascholing voor jou!
Geaccrediteerd
Onafhankelijk

Onafhankelijke nascholing voor

zorgprofessionals

Monica de Visser over Wet zorg en dwang in de vrijwillige jeugdzorg en gezinshuizen


De oplossing zit ‘em vooral in het begrijpen van het gedrag van het kind of de jongere en het met elkaar in gesprek gaan. Dáár zit de ruimte om onvrijwillige zorg te voorkomen.”

De Wet zorg en dwang (Wzd) roept in gezinshuizen en de vrijwillige jeugdzorg nog regelmatig vragen op. Wanneer is sprake van onvrijwillige zorg? Wat mag wel en wat mag niet?

In dit blog vertelt Monica de Visser over de toepassing van de Wzd binnen gezinshuizen en de vrijwillige jeugdzorg. Monica verzorgt (bij)scholing voor zorgprofessionals vanuit haar scholingsbureau Smaragd en is daarnaast adviseur juridische en beroepsethische zaken bij de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO). Met opleidingen in ethiek in de zorgsector en gezondheidsrecht beschikt zij over een sterke juridische en ethische basis. Gecombineerd met haar kennis van cliëntenrechten, gedwongen zorg (Wzd/Wvggz), Meldcode Huiselijk Geweld en kindermishandeling en jeugdrecht vertaalt zij wet- en regelgeving naar de dagelijkse praktijk.

Wat is de Wet zorg en dwang (Wzd)?
De Wzd is bedoeld om mensen met een verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening te beschermen in situaties waarin zorg niet op vrijwillige basis plaatsvindt of zij gedwongen zijn opgenomen. De wet stelt het voorkomen van onvrijwillige zorg centraal en schrijft voor dat onvrijwillige zorg alleen mag worden toegepast als er geen andere vrijwillige opties zijn, er ernstig nadeel dreigt en altijd onder strikte voorwaarden.

De Wzd in gezinshuizen: waar ligt de grens?
Volgens Monica roept juist de toepassing van de Wet zorg en dwang in de vrijwillige jeugdzorg en in gezinshuizen veel vragen op. “Hoe zit het nu eigenlijk met onvrijwillige zorg in een gezinshuis? Die vraag krijg ik regelmatig. Gezinshuisouders bevinden zich in een bijzondere positie: zij zijn zorgprofessional, maar vervullen tegelijkertijd een ouderlijke rol. Ze hebben hun eigen kinderen én bieden zorg aan kwetsbare kinderen of jongeren. In die combinatie loop je continu tegen dilemma’s aan, omdat je steeds schakelt tussen opvoeden en professioneel handelen.”

Monica vertelt dat de Wzd kan schuren met de dagelijkse praktijk van gezinshuizen. De wet vraagt bijvoorbeeld om individuele zorgplannen, het volgen van stappenplannen, multidisciplinair overleg en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden. “Dat voelt voor veel gezinshuizen niet altijd passend bij hoe zij werken”, vertelt Monica. Tegelijkertijd houdt de inspectie toezicht op de kwaliteit en veiligheid van zorg, terwijl de zorgaanbieder en het bestuur eindverantwoordelijk zijn voor goede zorg aan de kinderen.

Ze benadrukt dat onvrijwillige zorg vaak breder is dan veel mensen denken. “Bij gedwongen zorg wordt al snel gedacht aan gedwongen medicatie of opsluiting, maar zo zwart-wit is het niet.” Juist in alledaagse situaties ontstaat het grijze gebied. “Neem iets simpels als een mobieltje dat ’s nachts beneden moet blijven liggen. Bij je eigen kinderen is dat een normale opvoedregel, maar als het om een jeugdige cliënt gaat, val je ineens onder professionele kaders.”

Volgens Monica zit daar een belangrijke lacune. “Wat doe je als een kind zegt: ‘dit wil ik niet’, terwijl jij vindt dat het nodig is? En wil je als jeugdhulpaanbieder eigenlijk wel dat dit soort situaties onder de Wet zorg en dwang vallen?” Het zijn precies deze vragen waar veel zorgprofessionals in gezinshuizen en de vrijwillige jeugdzorg mee worstelen.

Niet afdwingen, maar begrijpen
Monica benadrukt dat de oplossing bij dit soort dilemma’s niet altijd ligt in wet- en regelgeving of stappenplannen. “Als een tiener heel boos zegt: ‘nee, dat wil ik niet’, dan is dat vaak ook gewoon tienergedrag.” De kernvraag is volgens haar niet hoe je iets afdwingt, maar hoe je het gesprek aangaat. “Waar komt het gedrag vandaan? Hoe kun je motiveren? Hoe bouw je vertrouwen op en kom je in samenwerking? Dat vraagt om professioneel geduld en reflectie. Wie is de cliënt en wat heeft hij of zij nodig? De oplossing zit ‘em vooral in het begrijpen van het gedrag van het kind of de jongere en het met elkaar in gesprek gaan. Dáár zit de ruimte om onvrijwillige zorg te voorkomen.

Spanningsveld rondom gezag
Een extra spanningsveld ontstaat volgens Monica rondom gezag en besluitvorming. “De gezinshuisouder of jeugdhulpverlener is geen gezaghebbende ouder. Beslissingen over onderwijs, medische zorg, het kopen van een nieuwe jas of fiets, liggen bij de juridische ouders met gezag. In de praktijk nemen gezinshuisouders echter vaak snel taken over, simpelweg omdat het kind bij hen woont en het dagelijks leven zich daar afspeelt.”

“Dat kan de rolverdeling ingewikkeld maken”, legt Monica uit. “Wat is jouw rol als jeugdhulpprofessional? Hoe werk je samen met juridische ouders, gezinsvoogden en andere betrokkenen? Als die rollen niet helder zijn, ontstaan er spanningen en ook risico’s in relatie tot de Wet zorg en dwang.”

Volgens Monica is hierin de afgelopen jaren wel beweging gekomen. Waar de Wzd eerder soms werd gezien als ‘niet relevant’ voor gezinshuizen, groeit nu het besef dat ook hier professionele standaarden gelden. “Je wilt geen gedwongen zorg toepassen, ook niet in een gezinshuis. Maar juist daarom is het belangrijk dat professionals weten wat de wet van hen vraagt en hoe zij zorgvuldig handelen binnen de context van een gezin.”

Cursus Wet zorg en dwang in gezinshuizen en de vrijwillige jeugdzorg
Deze dagelijkse dilemma’s vormden de aanleiding om bij Medilex een
cursus over de Wet zorg en dwang in gezinshuizen en de vrijwillige jeugdzorg te organiseren. De cursus is speciaal ontwikkeld voor professionals die werken in de vrijwillige jeugdzorg en in gezinshuizen.

Het is een studiedag die niet draait om wat ‘moet’ volgens de wet, maar om hoe je als jeugdzorgprofessional zorgvuldig en professioneel handelt met kwetsbare kinderen in een gezinssituatie.

Onder leiding van Monica de Visser krijg je inzicht in de hoofdlijnen van de Wzd én praktische handvatten die je direct in de dagelijkse praktijk kunt toepassen. Er is volop aandacht voor herkenbare dilemma’s, de rolverdeling tussen gezinshuisouder, ouders met gezag en andere betrokkenen, en voor het zoeken naar alternatieven voor onvrijwillige zorg.

In het voorjaar en najaar van 2026 vindt de eendaagse cursus plaats. Schrijf je
hier in voor de cursus.